Gerelateerd

Contact


Anne Rottink
Anne Rottink
PR & communications adviser
+31 (0) 485 - 516541
a.rottink@cnc.nl

Beschikbaarheid veen uit Duitsland neemt af


Al decennia komt het meeste veen dat gebruikt wordt voor de productie van dekaarde voor Nederlandse champignontelers uit veengebieden in Duitsland. Maar de beschikbaarheid van veen uit de bestaande wingebieden neemt af. CNC Grondstoffen oriënteert zich op de toekomst.

In de tuinbouw is de champignonsector slechts een kleine verbruiker van veen. Toch is veen een belangrijke grondstof voor de champignonteelt: het is namelijk het hoofdingrediënt van dekaarde. Op dit moment wordt het meeste veen voor dekaarde gewonnen in Duitsland. Maar de bestaande wingebieden raken uitgeput en de Duitse overheid wordt steeds terughoudender met het verlenen van nieuwe vergunningen. In de Baltische Staten en Ierland wordt wel op grote schaal veen gewonnen voor toepassing in de tuinbouw. Nadeel is dat dit veen over een veel grotere afstand moet worden vervoerd naar Nederland, wat de transportkosten en daarmee de kostprijs van de dekaarde verhoogt. Pieter Vervoort, proces- en productcoördinator: “We volgen twee sporen: we doen onderzoek naar alternatieven voor veen in dekaarde en kijken tegelijkertijd wat leveranciers uit wingebieden buiten Duitsland ons te bieden hebben.”

Lange adem

Het onderzoek naar alternatieven voor veen is anderhalf jaar geleden van start gegaan. Een simpele opgave is het niet. Vervoort: “Veen heeft een aantal unieke eigenschappen waardoor het bijzonder geschikt is voor de teelt van champignons. Het watervasthoudend vermogen is hoog en het vochtgehalte van veen is ook makkelijk weer op peil te brengen. Dit is belangrijk tijdens de teelt. Verder zijn mengsels van diverse veensoorten bijzonder geschikt om sturing te geven aan de grofheid of fijnheid van de dekaarde. Als je op zoek gaat naar alternatieven, moet je daar rekening mee houden. Bovendien moeten alternatieven natuurlijk ook qua kosten concurrerend zijn.” De zoektocht naar alternatieven voor veen blijkt een zaak van de lange adem. “De eerste proeven hebben tot interessante inzichten geleid, maar nog niet tot dé oplossing. Wordt vervolgd dus”, vertelt Vervoort.