In de tunnelbedrijven ondergaat IVC® een uitzweetproces. Dit proces is te verdelen in twee fases: pasteuriseren en conditioneren.
Tijdens het pasteuriseren worden ziektekiemen en ongedierte afgedood. De compost wordt hiervoor tien uur op 60 °C gehouden. Tijdens het conditioneren, dat enkele dagen duurt, wordt de compost selectief gemaakt voor de champignon. De compost is daarna vrij van ammoniak en geschikt om te enten met champignonmycelium. In CNC's tunnelbedrijven in Milsbeek en Moerdijk wordt de IVC® tijdelijk opgeslagen in een buffer waar deze met een tripper laagsgewijs wordt neergelegd. Een shovel voert de IVC® via een voorraadbak met een transportband naar één van de tunnels. Dit transport gaat ook weer via de zolder en een vulcassette met telescoopbanden. In de tunnel vindt vervolgens het uitzweten plaats. Na een uitzweetproces van 6 dagen wordt de compost uit de tunnel getrokken, geënt met broed en in een volgende, lege tunnel weer gevuld. Broed bestaat uit gesteriliseerde graankorrels die geheel doorgroeid zijn met champignonmycelium. De tunnel met geënte compost wordt op een voor het mycelium aangename temperatuur van circa 25 °C gehouden. Het mycelium groeit vanaf de graankorrel in de compost zodat binnen twee weken de compost volledig doorgroeid is met champignonmycelium. Dan is de doorgroeide compost klaar om bij een kweker af te leveren. In de tunnelbedrijven zijn strenge regels met betrekking tot hygiëne opgesteld om besmetting te voorkomen. De werknemers dragen speciale bedrijfskleding, het gebouw staat onder een overdruk en het enten geschiedt in een andere ruimte dan het afleveren van doorgroeide compost of het vullen van IVC®. Alle machines en het inwendige van de werkhal worden elke dag uitgebreid schoongemaakt.